Dagje Utrecht voor bijna nop

Toerist in eigen stad, zo voelde ik me toen ik begin dit jaar werkte aan een verhaal voor het nieuwe winternummer van Genoeg, met tips voor uitjes in Utrecht die niets of weinig kosten. Het bracht mij zelf ook op nieuwe ideeën, om iets mee te doen in mijn sabbatsjaar. Zo ontdekte ik dat de bloemen- en plantenmarkt op het Janskerkhof twee kramen met onbespoten planten heeft, en kwam ik op het spoor van een leuke gratis rondleiding door de bibliotheek in het voormalige postkantoor. De wandeling die ik beschrijf maak ik bijna wekelijks; die verveelt nooit. Het artikel is ook online te lezen.

Afronding driejarige ITIP-opleiding

Twee weken geleden rondde ik een opleiding af waarvan ik altijd had gedroomd, maar lang niet wist dat zij bestond. Een school waar ik veel heb geleerd dat ik op mijn andere opleidingen en werkplekken heb gemist. De driejarige opleiding van ITIP School voor leven en werk bewandelt niet de weg van het verstand, maar van de ervaring. Dan vóel je wat waar is. En dat vergeet je niet meer. We werkten met dromen, karakterstructuren, opstellingen, theatervormen, beweging, dans, meditatie en vele andere prachtige methodieken waarvan ik het bestaan niet wist. We vormden een veilige en hechte gemeenschap. Door het delen van onze levenslust en pijn, ontdekten we wat er echt toe doet in het leven. Ik had het voor geen goud willen missen.

Einde van een tijdperk

Op mijn negende schreef ik mijn eerste redactioneel. Van een zelf opgericht maandblad, Het Goudvinkje. ‘Voorpraatje’ zette ik erboven, en ik noemde mezelf bescheiden ‘secretaresse’. Maar in feite was ik de hoofdredacteur, de spin in het web die mijn zusje en twee vriendinnen aanstuurde. Ik verzamelde artikelen van anderen en schreef zelf de nodige stukjes, die meestal gingen over vogels en ervaringen in de natuur. Het blad verscheen in een oplage van vier, met de hand geschreven. De kosten bedroegen zes dubbeltjes, maar als je genoegen nam met een leenexemplaar, kreeg je korting.

In ‘blaadjes maken’ vond ik al snel mijn bestemming: ik deed niks liever dan schrijven, en in een tijdschrift kon je je verhalen op een aantrekkelijke manier met anderen delen. Op de middelbare school zat ik al in twee redacties; op de School voor de Journalistiek gaf ik hier een professionele draai aan. Daarna volgden nog minstens tien tijdschriften waarvoor ik – in vaste dienst of freelance − werkte als auteur, eindredacteur of coördinator. Het blijft heerlijk om mensen tijdens interviews ongegeneerd het hemd van het lijf te mogen vragen en hun verhalen zo mooi mogelijk op te schrijven, om de teksten van anderen aan te scherpen en om met een team toe te werken naar een tastbaar resultaat.

Sinds 2012 werk ik voor Genoeg, dat helemaal bij mijn eigen levensvisie past: streven naar een eenvoudige levensstijl die goed is voor jezelf, de Aarde en je portemonnee. De blaadjesmaker in mij kwam hier ook weer helemaal tot haar recht: brainstormen met geestverwanten in een café of bij een redactielid thuis, en dan lekker aan de slag met de onderwerpen waar we allemaal warm voor lopen. Ik begon als (eind)redacteur, werd in 2016 redactiecoördinator en later adjunct, om Heleen van der Sanden te ondersteunen in haar vele functies. Toen Heleen zich eind 2022 terugtrok om zich aan de beeldende kunst te wijden, lag het voor de hand dat ik het hoofdredacteurschap van haar overnam. In die rol kwam ik steeds meer in de regelmodus, en raakte het schrijven helaas wat ondergesneeuwd. Daarom heb ik besloten om te stoppen met dit werk: om weer wat meer ruimte te maken voor de schrijver in mij. In september begin ik aan een bezinningsjaar, om te onderzoeken hoe ik dat wil vormgeven.

Vandaag verscheen het zomernummer van Genoeg, het laatste waaraan ik heb meegewerkt. Met daarin onder meer een verhaal over vakantie vieren op z’n Genoegs, interviews met schrijfster Mariët Meester en Free-Fashion-bedenker Lot van Os, reportages over een dagje Arnhem voor bijna nop en de eerste eetbare woonwijk van Nederland en natuurlijk weer de nodige nieuwtjes en tips.

Afscheid van Genoeg

Kaartjes met de post, ik ben er dol op. Maar in dit digitale tijdperk ontvang ik er zelden meer een. Op woensdagavond 11 juni was dat anders. Toen kreeg ik er ineens zestien tegelijk, bij mijn afscheid als hoofdredacteur van Genoeg. Met allemaal mooie woorden van Genoeg-medewerkers. Dat deed me goed. Net als de gezamenlijk bereide maaltijd, de speech van Marion Rhoen en mijn afscheidscadeau: een lidmaatschap van Velt, de vereniging voor ecologisch leven, koken en tuinieren.

Enkele uitspraken van collega’s over de samenwerking met mij in de afgelopen 13,5 jaar:

  • ‘Dank voor de veilige omgeving die je wist te scheppen. Zorgvuldig, goed georganiseerd en altijd ieders grenzen respecterend.’ 
  • ‘Bedankt! Voor ál je geduld altijd met mij. Ik heb stiekem veel van je geleerd. Als ik soms iets rommelig aanpak dan denk ik: o, dit is niet zoals Frieda het zou doen!’
  • ‘Veel dank voor wat ik allemaal van je heb mogen leren – al was het maar je insteek vooral ook op te noemen wat er wél goed gaat. Voor Genoeg ben je al die jaren een echte motor geweest, vol daadkracht waar ik wel eens jaloers op was.’
  • ‘Dank voor alle jaren supersamenwerking. Jij hebt vriendelijkheid tot kunst verheven!’

Lentenummer Genoeg over scharrelleven

Toen ik dertien jaar geleden als zzp’er begon, ging ik er financieel flink op achteruit. Maar de vrijheid die ik ervoor terugkreeg, was onbetaalbaar. Geen baas meer die me dwong dingen te doen waar ik niet achter stond. Ruimte om zelf projecten te ontwikkelen. Allerlei soorten werk naast elkaar doen. Vrij nemen wanneer ik daar behoefte aan had. Ik voelde me herboren, na twintig jaar vaste banen. Ik ging onder meer werken bij het tijdschrift Genoeg, en had zelf veel baat bij waarover wij schrijven: dat er veel winst valt te behalen door je uitgaven te beperken. Ik bracht in kaart waar mijn geld heen ging, en keek waarop ik kon besparen. Dat leidde tot een bestaan met weinig uitgaven, zonder dat ik iets heb hoeven opgeven wat echt belangrijk voor me is.

Ook Genoeg-collega Martin van der Gaag beleefde werken in een vaste baan als keurslijf en ging op zoek naar welke mix van werkzaamheden en welke verhouding werk-vrije tijd voor hem het beste werkt. Hij schrijft erover in het net verschenen lentenummer van Genoeg. Het keiharde werken, competitief zijn en veel geld verdienen dat hij met de paplepel ingegoten had gekregen, bleek niet bij hem te passen. In plaats van ‘inhechtenisneming bij één organisatie’ koos hij net als ik voor een ‘scharrelleven’, waar hij zelf de regisseur van is.

In het lentenummer van Genoeg vind je ook een interview met theatermaker Laura Van Dolron, een portret van Plastic Soup Surfer Merijn Tinga, tips voor een dagje Deventer voor bijna nop van Michiel Bussink, het Huishoudboekje van een spaartalent, een reportage over zelf composteren in Amsterdam en een interview met Nadine Maarhuis.

Laatste redactievergadering Genoeg

Op 5 februari was de laatste redactievergadering van Genoeg waarbij ik als hoofdredacteur aanwezig was. Op deze vergadering stelden we in inhoud van het zomernummer vast. Maar ik ben nog niet weg, want tot eind mei werk ik nog aan de productie van het lente- en zomernummer. Ondertussen is de sollicitatieprocedure voor mijn opvolger in volle gang. Hij of zij werkt vanaf april aan het herfstnummer van Genoeg.

Herinnering aan schrijven biografie

Deze maand verschijnt de derde biografie van Edwin Rutten (‘ome Willem’), omdat de eerste twee Ruttens goedkeuring niet konden wegdragen. Dat roept levendige herinneringen bij me op, als auteur van een andere biografie over een nog levend persoon. Vorig jaar april viel Villamedia Magazine (blad van de journalistenvakbond) bij mij door de bus, met daarin het artikel ‘Schrijf nóóit een biografie van iemand die nog in leven is’ van Rudie Kagie, de eerste biograaf van Edwin Rutten. Niet alleen zijn eigen boek komt daarin aan bod, maar ook de ongepubliceerde biografieën van Vincent Mentzel en Wim T. Schippers. Net als Rutten bleken Mentzel en Schippers, na jarenlang werk van hun biografen, een stokje te hebben gestoken voor de publicatie van hun levensverhaal.

Ik kreeg er hartkloppingen van, omdat ik op dat moment twee jaar − onbetaald − bezig was met de biografie van de boeddhistische meditatieleraar Jotika Hermsen (92) en op het punt stond mijn manuscript aan haar voor te leggen. Het initiatief voor het boek lag bij mij en Jotika had me − mondeling − de vrije hand gegeven bij het schrijven van de tekst, maar wat zou er gebeuren als zij daar niet achter kon staan? Haar leven was zeker niet altijd over rozen gegaan, verschillende van de ruim veertig geïnterviewden hadden zich kritisch over haar uitgelaten en ik had ook toegang gekregen tot al haar dagboeken. Ik besloot het hele manuscript aan haar voor te lezen, zodat ik mijn keuzes kon toelichten. Met sommige kritiek had ze het zeker niet makkelijk, maar ze had er begrip voor dat die óók in het verhaal thuishoorde. Door steeds met haar in gesprek te blijven, kwamen we er uiteindelijk goed uit. Nu ik weet dat het vaak ook anders gaat, heb ik nog meer bewondering voor Jotika’s opstelling.

Overdracht archief Sangha Metta

Vanaf juni werkte ik een dag per week aan de archivering van het tekstmateriaal van Jotika Hermsen en haar stichting Sangha Metta. Ik werd hiervoor gevraagd omdat ik voor de biografie van Jotika al veel van haar materiaal had verzameld, en een goed beeld had van de historie van haar stichting. Het resultaat is een halve meter papieren archief en een omvangrijk digitaal archief, inclusief inventarislijst waarin alle materiaal is opgesomd. Dit draag ik op 18 december over aan de voorzitter van de Stichting Boeddhistisch Archief, Rinus Laban. Het papieren archief zal worden ondergebracht bij de Universiteit Leiden; het digitale archief wordt toegankelijk met toestemming van het bestuur van Sangha Metta. René Oosterbaan buigt zich komend voorjaar over de archivering van alle audiobestanden. 

Winternummer Genoeg verschenen

Aan sommige kledingstukken ben ik zo gehecht dat ik er geen afstand van kan doen, schrijf ik in het net verschenen winternummer van Genoeg. Zo heb ik een T-shirt uit Spanje waarin ik al 34 jaar slaap. In een ander shirt, met een mooie afbeelding, vielen na 25 jaar gaten, maar mijn vriend wist raad: hij lijstte het voor me in.

Ook Elisah Pals probeert haar afvalproductie te verminderen. Ze was daar een paar jaar mee bezig toen ze met een strand vol plastic werd geconfronteerd. Op dat moment besefte ze: ik kan dit niet alleen. Zo ontstond Zero Waste Nederland, een beweging van mensen die elkaar inspireren tot een afvalvrije leefstijl. We portretteerden haar voor Genoeg, en vanaf het winternummer heeft zij een vaste column in ons blad.

In dit nummer vind je ook een achtergrondverhaal over begrenzing van onze rijkdom (‘limitarisme’), een reportage over een dagje Amsterdam voor bijna nop, een interview met Erno Eskens, die pleit voor rechten voor álle wezens, en een reportage over meer doen met Nederlandse wol. En verder natuurlijk weer talloze woon-, zelfmaak-, bespaar-, gezondheids, kook- en moestuintips in onze diverse rubrieken.

Het winternummer van Genoeg ligt nu in de winkel. Je kunt het ook online bestellen.

Meer reacties op biografie

Ik blijf mooie reacties ontvangen op de biografie van meditatielerares Jotika Hermsen. Zo schreef iemand: ‘Je boek heeft mij te pakken, ik lees er dagelijks in. Het is meeslepend geschreven.’ Een ander las de biografie in één adem uit en daarna nog een keer, om alle raakvlakken met haar eigen leven te noteren. Een derde schreef: ‘Wat een heerlijk boek! Uitermate prettig geschreven, en het ziet er ook werkelijk prachtig uit met alle foto’s binnenin en op de omslag. Doordat je gebruik mocht maken van Jotika’s dagboeken en door jouw speurwerk en interviewtechniek is het een boek met een schat aan feiten en verhalen geworden.’ En een vierde: ‘Wat heb je dat mooi gedaan, met die vier levens. Alles in het boek straalt grote toewijding en diepe liefde uit, voor Jotika en haar levenspad.’ Op Lezerscommunity Hebban.nl verscheen een recensie met de titel ‘Een inspirerende biografie die leest als een roman’. Auteur Diana Kooistra typeert mijn stijl als ‘toegankelijk, open en direct’. De biografie heeft volgens haar diepgang en geeft stof tot nadenken.

Webdesign en Realisatie - Rode Rups RodeRups
Copyright © 2025 Frieda Pruim tekst en redactie - All Rights Reserved
Powered by WordPress & Atahualpa